De Nederlandse munten zijn beschikbaar van koning Willem de Eerste tot en met koning Willem-Alexander en zijn van koningin Beatrix zowel in gulden als in euro denominaties. Deze worden vandaag veel verzameld en zijn uniek in hun ontwerp. Ontdek in dit artikel alles over de muntslag van het Koninkrijk der Nederlanden.
Het begint in 1818, het Koninkrijk der Nederlanden is dan net gesticht en er moet nieuw geld komen omdat de provinciale munten nog te veel doen denken aan de pré-monarchische tijd. In het jaar 1818 worden zowel proefstukken als de eerste circulatiemunten geslagen, echter wel in zeer beperkte oplage. Begin 1820 worden dan de eerste munten op grotere schaal geslagen. Omdat het Koninkrijk der Nederlanden nog België en Luxemburg onder zich had, werden er zowel munten in Utrecht (te herkennen aan de mercuriusstaf) en Brussel (te herkennen aan de ‘B’) geslagen.
Dit verandert echter in 1830, wanneer België in 1831 de onafhankelijkheid uitroept en een soevereine staat wordt. Vanaf dat moment is de aanmunting beperkt tot alleen Utrecht. Luxemburg werd pas eind 19e eeuw na het overlijden van koning Willem de Derde onafhankelijk. Koning Willem de Eerste tot en met Willem de Derde waren naast koning ook Groothertog van Luxemburg. Dit is ook te lezen op de munten, ‘Koning der Ned. G.H.V.L.’, Koning der Nederlanden Groothertog van Luxemburg.
De muntslag van Koning Willem de Eerste
De muntslag van koning Willem de Eerste is anders dan van zijn opvolgers. Ten eerste zijn de stuivers, dubbeltjes en kwartjes voorzien van een ‘W’, in plaats van het portret van de vorst. Daarnaast is er een ongebruikelijkere muntwaarde in omloop, namelijk de drie gulden. Het muntstuk van drie gulden kwam al voor in de Republiek der zeven Verenigde Nederlanden en zowel de provinciale als de koninklijke drie guldens hebben gelijktijdig gecirculeerd.
De munten van Willem de Eerste zijn tot 1840 in een lager zilvergehalte geslagen, met uitzondering van de halve en hele centen en de gouden munten. De stuivers, dubbeltjes en kwartjes zijn eerst opgemaakt uit 569/1000 zilver. Dit is later verhoogd tot 640/1000 zilver. De guldens en drie guldenstukken zijn opgemaakt uit 893/1000 zilver, wat later is verhoogd tot 945/1000 zilver. Voor de drie guldenstukken geldt dit niet, deze zijn sinds begin jaren 1830′ al niet meer geslagen omdat zij niet populair waren in het gebruik. In 1840 kwam dan ook de eerste rijksdaalder met de afbeelding van koning Willem de Eerste in omloop. De enige munten die onveranderd blijven zijn de gouden vijf- en tienguldenstukken.
Eind jaren 1830′ zag de muntenreeks van Willem de Eerste er als volgt uit:
- Halve cent koper Willem 1
- Cent koper Willem 1
- Stuiver zilver Willem 1
- Dubbeltje zilver Willem 1
- Kwartje zilver Willem 1
- Halve gulden zilver Willem 1
- Gulden zilver Willem 1
- Zilveren rijksdaalder Willem 1
- Zilveren 3 gulden Willem 1
- Gouden vijf gulden Willem 1
- Gouden 10 gulden Willem 1

De muntslag van Koning Willem de Tweede
Begin 1840′ komen de eerste munten van koning Willem de Tweede in omloop. De dubbeltjes en kwartjes zijn vanaf nu voorzien van een portret van de vorst, de stuiver is op enkele proefstukken na niet aangemunt.
In 1848 neemt Willem de Tweede afstand van de politieke macht en draagt deze over aan de regering, in dat jaar is ook het grootste aantal munten van koning Willem de Tweede geslagen. Deze zijn vanwege de historische waarde van dat jaar ook erg geliefd onder verzamelaars. Eind jaren 1840 zag de muntenreeks van koning Willem de Tweede er als volgt uit:
- Koperen halve cent Willem II
- Zilveren dubbeltje Willem II
- Zilveren kwartje Willem II
- Zilveren halve gulden Willem III
- Zilveren gulden Willem II
- Zilveren rijksdaalder Willem II
- Gouden vijf gulden Willem II
- Gouden 10 gulden Willem II

De muntslag van Koning Willem de Derde
Na het overlijden van koning Willem de Tweede in 1849 is Willem de Derde gekroond tot Koning van Nederland en Groothertog van Luxemburg. Zilveren en gouden munten zijn onder Willem de Derde hetzelfde qua opmaak als die van Willem de Tweede. Alleen in 1877 en in 1878 zijn de halve cent en de cent vervangen door een nieuw type ontwerp, dat met een leeuw in plaats van een ‘W’. Ook kwam er in 1877 een nieuw muntstuk bij, namelijk de tweeënhalve cent of het vierduitstuk.
De muntenreeks van Koning Willem de Derde zag er eind 1870′ als volgt uit:
- Halve cent koper Willem III
- Halve cent nieuw type brons Willem IIII
- Cent koper Willem III
- Cent nieuw type brons Willem III
- Tweeënhalve cent brons Willem III
- Stuiver of vijf cent Willem III
- Dubbeltje Willem III
- Kwartje Willem III
- Halve gulden Willem III
- Gulden Willem III
- Rijksdaalder of tweeënhalve gulden Willem III
- Vijf gulden goud Willem III
- Tien gulden goud Willem III

De muntslag van Koningin Wilhelmina
In 1891 werd destijds nog Prinses Wilhelmina als troonopvolger aangewezen na het overlijden van haar vader Willem de Derde. Omdat zij nog erg jong was, nog maar tien jaar oud, werd van haar nog niet verwacht dat zij op die leeftijd het land zou regeren. Daarom is haar moeder, Emma van Waldeck-Pyrmont toen benoemd tot regentes totdat koningin Wilhelmina de 18-jarige leeftijd zou bereiken. Overigens zijn er begin 1890′ wel munten geslagen met het portret wan Wilhelmina, zij was immers wel koningin. In 1898 is Wilhelmina ceremonieel tot koningin gekroond en dit jaar kreeg dan ook de bijnaam ‘kroningsjaar’. De muntenreeks van koningin Wilhelmina zag er rond de eeuwwisseling van 1800 op 1900 als volgt uit:
- Halve cent Wilhelmina brons
- 1 cent Wilhelmina brons
- Tweeënhalve cent Wilhelmina brons
- Dubbeltje zilver Wilhelmina
- Kwartje zilver Wilhelmina
- Zilveren gulden Wilhelmina
- Gouden tientje Wilhelmina

Daarnaast waren in het kroningsjaar 1898 de volgende munten uitgegeven waarop koningin Wilhelmina voor het eerst met een kroon te zien is.
- Halve gulden 1898 Wilhelmina
- Gulden 1898 Wilhelmina
- Zilveren rijksdaalder 1898 Wilhelmina
- ‘Kroningstientje’ gouden tien gulden 1898 Wilhelmina
Vanaf 1907 kwam er een nikkelen stuiver in omloop, deze munt kreeg al snel de bijnaam ‘nachtkwartje’. En in 1912 is het enige gouden vijfje van Koningin Wilhelmina geslagen.
De muntslag van Koningin Juliana
In 1948 werd prinses Juliana, nadat haar moeder Wilhelmina afstand had gedaan van de troon, gekroond tot Koningin der Nederlanden. De muntenreeks was na de oorlog aangepast. Omdat edelmetalen zoals zilver erg lastig te verkrijgen waren en relatief duur waren, werden de dubbeltjes en kwartjes van nikkel gemaakt.
De zilveren guldens en rijksdaalders werden pas in 1954 en 1959 als munt in de roulatie gebracht door tekorten aan muntmetaal. Tot die tijd waren er muntbiljetten met deze waardes in omloop die vervangen moesten worden omdat ze te snel sleten, met name de één gulden.
Eind jaren 50′ zag de muntenreeks van koningin Juliana er als volgt uit:
- Bronzen cent Juliana;
- Bronzen stuiver Juliana;
- Nikkelen dubbeltje Juliana;
- Nikkelen kwartje Juliana;
- Zilveren gulden Juliana;
- Zilveren rijksdaalder Juliana.

Ook zijn er in 1970 en 1973 twee zilveren herdenkingstientjes in omloop gebracht, één ter herinnering aan het herrijzen van Nederland na de oorlog en één ter viering van het 25-jarige jubileum van Juliana’s regeringsperiode.
De muntslag van Koningin Beatrix
In 1980 is prinses Beatrix gekroond tot koningin der Nederlanden, en dit is dan ook gevierd door munten van één gulden en van tweeënhalve gulden uit te geven met zowel het portret van Koningin Juliana als dat van Koningin Beatrix. De guldens en rijksdaalders waren sinds het einde van de jaren 60′ niet meer van zilver maar van nikkel en onder Koningin Beatrix is er ook een nieuwe munt uitgegeven, namelijk de vijf guldenmunt.
De muntenreeks standaardcirculatiemunten van Koningin Beatrix zag er eind jaren 80′ als volgt uit:
- Bronzen stuiver Koningin Beatrix;
- Nikkelen dubbeltje Koningin Beatrix;
- Nikkelen kwartje Koningin Beatrix;
- Nikkelen gulden Koningin Beatrix;
- Nikkelen rijksdaalder Koningin Beatrix;
- Nikkel/bronzen vijfguldenmunt Koningin Beatrix.

Ook zijn er tijdens Koningin Beatrix nog herdenkingsmunten uitgegeven van tien en vijftig gulden. De tien guldenmunten zijn met uitzondering van het tientje uit 1994 (720/1000 zilver) allemaal van 800/1000 zilver gemaakt en de vijftig guldenstukken zijn allemaal van 925/1000 zilver gemaakt.
Ook is er in 2000 nog een vijf guldenmunt uitgegeven in verband met het EK 2000 en in 2001 is de laatste gulden (Loekie de leeuw) uitgegeven als afscheid van de munt die honderden jaren dienst had gedaan als betaalmiddel en vertrouwensmiddel in de Nederlandse maatschappij.

Gulden munten kopen
Bij David-Coin kunt u veilig en vertrouwd de guldenmunten van Koning Willem de Eerste tot en met Koningin Beatrix kopen, van circulatiemunten tot en met gouden tientjes en gouden dukaten. Daarnaast kunt u ook de laatste guldenbiljetten en eerdere guldenbiljetten kopen die uitgegeven zijn gedurende de geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden.
Gulden munten verkopen
Heeft u zelf oude guldenmunten- of guldenbiljetten liggen en wilt u deze verkopen? U kunt bij David-Coin een afspraak maken voor een vrijblijvende taxatie van uw oude munten en/of bankbiljetten.





